De tekening
Naast de realistische weergave heeft TRAX een tweede: CAD, de technische tekening. Dat is niet dezelfde baan met een ander velletje eroverheen — het is de weergave waarin je meet, maten zet en controleert of je ontwerp klopt.
- De bouwtekening (CAD) — wat je ziet en wat er verandert.
- Maten en notities — lengtes, hoeken, hoogtes en teksten in je tekening zetten.
Je schakelt met
CAD in de groep Weergave op de beeldtab, en met
Realistisch weer terug.
Wanneer gebruik je CAD?
Realistisch laat zien hoe je baan eruitziet; CAD laat zien of hij klopt. Grijp naar CAD als je:
- je railplan wilt lezen zonder dat bomen, gras en schaduw in de weg zitten;
- wilt meten: de maten van je tafels staan er vanzelf bij, en je zet er zelf lengtes, hoeken en hoogtes bij;
- de artikelnummers wilt zien, om je rails te bestellen of na te lopen;
- een beeld wilt om mee te nemen naar de houthandel of de modelspoorwinkel;
- een baan uit TRAX2 nakijkt: zonder getekend landschap opent die in CAD.
7.1 De bouwtekening (CAD)

Wat je ziet
CAD laat alleen zien wat je nodig hebt om de baan te begrijpen:
- Geen texturen. Elk onderdeel krijgt een vlakke kleur naar wat het is: perron, weg met zijn middenstreep, muur, hek, haag, water, kaaimuur.
- Geen gras en geen klein spul. Die zijn weg.
- Bomen worden een vorm. Een kegel voor een naaldboom, een bol voor een loofboom, een kroon op een kale stam voor een palm, een koepel voor een struik — elk met de echte hoogte en breedte van het model dat er staat. Zo blijft de tekening leesbaar en zie je toch waar je bos staat.
- Gebouwen worden middengrijs.
- Niets beweegt. Geen wind, geen golven.
Wel schaduw
De schaduwen blijven aan. Een vlakke tekening zonder schaduw is niet in drie dimensies te lezen: dan weet je niet of een vlak omhoog of omlaag loopt. Het licht is wel anders — veel meer omgevingslicht en een zwakkere zon — zodat de vlakke kleuren hun kleur houden.
Inktlijnen
In het paneel Instellingen staat Inktlijnen. Die trekt een lijn om de omtrek van alles heen, zoals een tekenaar dat doet. In CAD staat hij standaard aan; hij werkt ook in de realistische weergave als je dat mooi vindt.
De maten van de tafels
Elke zijde van elke tafel die langer is dan 150 millimeter krijgt in CAD zijn maat erbij, grijs, net buiten de tafel. Die verschijnen vanzelf en verdwijnen weer als je terug naar realistisch gaat. Ze horen niet bij je baan en worden niet meebewaard.
Dubbelklik op zo'n maat en je kunt hem intypen. De tafel wordt dan langs die zijde uitgerekt tot de maat klopt — een rechthoek blijft een rechthoek. Zo maak je een tafel van precies 2400 bij 600 zonder te slepen.
Elke weergave onthoudt zijn eigen instellingen
Kies je CAD, dan zet TRAX de contourlijnen, de labels en het raster aan en de texturen uit. Maar daarna zijn die schakelaars weer van jou, en TRAX onthoudt per weergave wat jij hebt gekozen. Je baan wordt opgeslagen met de weergave die aan stond.
7.2 Maten en notities
Zodra je de CAD-weergave kiest, komt er een tab bij: CAD. Daar staat het meetgereedschap.
De vier soorten
Lengte meten — klik twee punten. Je krijgt de afstand ertussen.
Hoek meten — klik een punt, dan het hoekpunt, dan een punt. Je krijgt de hoek.
Hoogte noteren — klik een punt. Je krijgt de hoogte van dat punt boven de railhoogte.
Tekst plaatsen — klik een punt en typ je tekst.
Je klikt op alles wat er staat: op een tafel, op de grond, en ook op de rails zelf. Een hoogtenotitie op een spoorstaaf zegt dus precies op welke hoogte dat spoor ligt.
Een klik waarbij je muis meer dan een paar pixels bewoog, telt als een camerabeweging en niet als een meting. Esc breekt af.
Een notitie aanpassen
Klik een notitie aan. De CAD-tab springt erop en je kunt twee dingen veranderen:
- de tekst. Bij een label is dat de tekst zelf; bij een meting is het een naam die vóór de waarde komt te staan, bijvoorbeeld Straal 500mm.
- de kleur, uit een rijtje van acht.
of Delete haalt hem weg.
Hoe ze getekend worden
De lijnen zijn echte dikke inktlijnen van drie pixels — een gewone lijn in 3D is altijd één pixel dik, hoe je hem ook instelt. De tekst staat op een vlakje dat altijd even groot op je scherm blijft, hoe ver je ook in- of uitzoomt. Op de schaal van een tafel zou een tekst met een echte maat gewoon verdwijnen.
Ze horen bij je baan
Notities worden met je baan meebewaard en zijn er de volgende keer weer. Ze zijn alleen zichtbaar in de CAD-weergave: het is de tekening waar ze bij horen, niet het landschap.
Een meting mag over twee tafels heen lopen — de maten zijn in wereldcoördinaten, niet per tafel.
7.3 Controles
TRAX kan je baan controleren terwijl je bouwt. Dat doet het in de CAD-weergave, en alleen als je erom vraagt: de controles staan uit tot je ze aanzet. Staan ze aan, dan controleert TRAX na elke wijziging — een stuk rails gelegd, verschoven, verhoogd, een tafel van vorm veranderd, een ongedaan maken — de baan opnieuw en zet het een teken op de plek waar iets niet klopt.
De knop op het tabblad CAD
Controleer de baan staat op het tabblad CAD in het lint. Druk erop en TRAX controleert de baan en laat zien wat het vindt, en blijft dat doen terwijl je verder tekent. Druk er nog een keer op en de controles gaan uit: alle tekens verdwijnen.
Buiten CAD staan de controles altijd uit. Schakel je terug naar Realistisch, dan gaan ze vanzelf uit, en er wordt dan ook niets gerekend.
Wat er gecontroleerd wordt
Elke soort probleem heeft zijn eigen teken: een wit rond bord met een rode rand en een plaatje erin. Een oranje rand is een waarschuwing.
Helling — een stuk rails dat steiler loopt dan de maximale helling uit de instellingen (3 % op recht spoor, 2 % in een boog) kleurt rood. Zit het tussen 95 en 105 procent van dat maximum, dan kleurt het oranje: het mag nog, maar er is geen ruimte meer over.
Profiel van vrije ruimte — om het spoor heen hoort een strook vrij te blijven: twee meter naar elke kant bij het echte spoor, verkleind naar je schaal, en in een boog wat meer, omdat een rijtuig daar uitsteekt. Staat daar een ander spoor, een gebouw, een muur, een hek, een haag of een bovenleidingmast, dan krijgt het dit teken. Een perron mag dichterbij, tot anderhalve meter van het hart van het spoor.
Minimale boogstraal — vooral voor flexrails: waar de bocht krapper wordt dan het minimum, staat het teken op het krapste punt. Het minimum is vanzelf de kleinste boog uit het railsysteem zelf, zodat een gewoon railstuk nooit te krap is.
Vrije hoogte — waar spoor over spoor loopt, meet TRAX de ruimte tussen de bovenkant van de onderste rails en de onderkant van het bovenste ballastbed. Bij het echte spoor is dat minstens 4,8 meter; in H0 is dat 55 millimeter.
Spoorafstand — twee sporen die naast elkaar lopen, moeten minstens de afstand uit de norm hebben (NEM 112: 46 millimeter in H0), en in een boog meer. De plek waar ze het dichtst bij elkaar liggen, krijgt een rode maatlijn met de gemeten afstand.
Bereik — een deel van een tafel dat verder dan een armlengte (600 millimeter) van de dichtstbijzijnde rand ligt, is niet te bereiken. Dat deel is rood gearceerd. TRAX gaat ervan uit dat je bij alle randen kunt staan.
Keerlussen — een keerlus, een driehoek of een ballonlus laat een rail op zijn eigen andere rail uitkomen. Dat geeft kortsluiting. De stukken van de lus kleuren rood; ze hebben geïsoleerde secties nodig die minstens zo lang zijn als je langste trein, en een keerlusmodule of een ompoolschakelaar.
Tafelrand — rails die dichter bij de rand van de tafel liggen dan drie meter bij het echte spoor (34 millimeter in H0, gemeten vanaf het hart van het spoor) krijgen het teken op de krapste plek. Zo staat een hele trein boven de tafel, met ruimte voor je hand en voor een wagen die omvalt. Een stuk dat als brug gemarkeerd is, telt niet mee, en de rand waar een volgende tafel of module aansluit is geen rand.
Losse eindpunten die elkaar net missen, worden niet gemeld: dat laten de stippen al zien.
De uitleg bij een teken
Klik op een teken en er verschijnt een kleine uitleg naast. Daarin staat:
- welke controle het is, en wat er op deze plek mis is, met de gemeten waarde tegenover de grens — bijvoorbeeld Helling 3,4 % — maximum 3 %;
- waarom dat ertoe doet;
- wat je eraan kunt doen.
Onderaan staan twee knoppen. Negeren negeert dit probleem, net als het oogje in het paneel Controles. Lees meer in de handleiding opent deze pagina. De uitleg gaat dicht met een klik ergens anders of met Esc. Een klik op een teken selecteert nooit de tafel of de rails erachter.
Het paneel Controles
Het paneel Controles open je op de tab Beeld, of het gaat vanzelf open zodra je de controles aanzet. Het zet alle problemen onder elkaar, gegroepeerd per soort, met het aantal erbij en elk met het teken van zijn soort.
- Klik op een regel en de camera gaat naar die plek. De rails die erbij horen, zijn meteen geselecteerd.
Negeer een probleem dat je bewust zo laat. Het verdwijnt uit de lijst en uit de tekening, en komt onder Genegeerd te staan, waar je het weer terug kunt halen. Wat je negeert, wordt met je baan meebewaard.- Bovenaan staat de schakelaar voor alle controles tegelijk. Dat is dezelfde schakelaar als de knop op het tabblad CAD: zet je de een aan, dan staat de ander ook aan. Buiten CAD is hij grijs.
- Elke controle heeft daaronder zijn eigen schakelaar.
- Onder Grenzen kun je de minimale boogstraal, de afstand tot de tafelrand en de armlengte zelf opgeven. Een 0 betekent: automatisch.
In de tekening
De tekens blijven op je scherm even groot hoe ver je ook in- of uitzoomt. TRAX tekent er nog wat bij: een lichtrode strook ter breedte van het profiel van vrije ruimte langs al het spoor, en de gearceerde delen van een tafel die buiten bereik liggen.