Sneltoetsen en muisbediening
De editor werkt vooral met de muis. Er zijn een paar toetsen die je vaak nodig hebt, en een handvol muisbewegingen die niet vanzelf spreken.
Het toetsenbord
De gekleurde toetsen doen iets in de editor. De kleur zegt waar de toets over gaat: rails leggen, selecteren en bewerken, beeld, weergave en bewaren. Een toets met een hoekje in een tweede kleur doet twee dingen: los ingedrukt het ene, met Ctrl erbij het andere.
Rails leggen
- Space
- Het gekozen railstuk aansluiten op het geselecteerde bolletje
- D
- De boogrichting omdraaien
- W
- Het wissel om zijn aansluiting draaien
Selecteren en bewerken
- Esc
- Stoppen waar je mee bezig bent
- Delete
- De selectie weghalen
- Ctrl + A
- Alle rails selecteren
- Ctrl + C
- De selectie kopiëren
- Ctrl + X
- De selectie knippen
- Ctrl + V
- Plakken, midden in beeld
- Ctrl + Z
- De laatste stap ongedaan maken
- Ctrl + Y
- Die stap opnieuw doen (ook Ctrl + Shift + Z)
- ← ↑ → ↓
- Naar het aangesloten stuk in die richting (met Shift erbij: toevoegen aan de selectie)
Beeld
- F
- De selectie in beeld brengen
- Home
- De hele baan in beeld brengen
- 2
- Bovenaanzicht
- 3
- Terug naar 3D
- G
- Het raster aan of uit
- Alt + Shift + T
- Grote knoppen en letters (150%), aan en uit
- M
- De verplaatshendel aan of uit
- R
- De draaihendel aan of uit
- Shift + ?
- Een tekening van het toetsenbord met alle sneltoetsen
Weergave
- C
- Wisselen tussen realistisch en tekening
- T
- Texturen aan of uit
- O
- Contouren aan of uit
- L
- Labels aan of uit
- I
- Inktlijnen aan of uit
Bestand
- Ctrl + S
- Het plan bewaren
Dezelfde tekening zit in de editor zelf: druk op Shift + ? en hij komt over je baan te staan, met bij elke toets het icoontje van de knop waar hij bij hoort. Druk nog een keer, of op Escape, en hij gaat weer weg.
Deze tekening als PDF — om naast je toetsenbord te leggen.
Een toets werkt alleen als de aandacht niet in een invoerveld zit. Typ je in een naam of een notitie, dan hoort de toets bij dat veld. Escape en Ctrl + S werken altijd, ook net na een klik in de tekening.
Rails leggen
Deze drie heb je het vaakst nodig, dus ze liggen onder je linkerhand terwijl je rechts de muis vasthoudt.
- Space sluit het railstuk dat je in de bibliotheek hebt gekozen aan op het bolletje dat geselecteerd is — hetzelfde als dubbelklikken op dat bolletje. Sleep je een stuk uit de lijst naar het veld, dan is dat vanaf dan het gekozen stuk.
- D draait de boogrichting om, dezelfde knop als
op de tab Rails. - W draait een wissel om zijn aansluiting, dezelfde knop als
op het contexttabblad.
Wat een paar toetsen precies doen
- Escape stopt waar je mee bezig bent. Een gereedschap gaat uit, een tekening die je aan het maken bent wordt afgebroken, een vormbewerking wordt verlaten. Als er niets loopt, gebeurt er niets.
- Delete verwijdert wat je hebt geselecteerd. Dat kan rails zijn, maar ook een hoekpunt van een tafel, een boom, een weg of een notitie.
- F brengt de selectie in beeld, Home de hele baan. De camera blijft kijken vanaf de kant waar hij al stond, hij draait dus niet om je baan heen.
- 2 kijkt recht van boven, zoals in TRAX2, en 3 zet je terug in 3D. Zie Werken in 2D.
- C wisselt tussen de realistische wereld en de tekening. De vier weergavetoetsen daarnaast — T, O, L en I — horen bij de weergave waar je op dat moment in staat, en elke weergave onthoudt zijn eigen instellingen.
- Ctrl + S bewaart het plan. Staat er verouderde rails in, dan wordt er niet bewaard en krijg je eerst de lijst met stukken die vervangen moeten worden.
- M en R zetten de verplaatshendel en de draaihendel aan of uit. Diezelfde twee knoppen staan standaard ook in het snelmenu bovenaan het werkveld.
- De pijltoetsen lopen over het spoor: met een stuk, een bolletje of een las geselecteerd stap je naar het aangesloten stuk in die richting. Met Shift of Ctrl erbij groeit de selectie mee, zodat je een hele lijn selecteert zonder te slepen.
De muis
- Linksklik selecteert. Klik naast alles om de selectie leeg te maken.
- Rechts slepen draait de camera, het scrollwiel zoomt. Dat blijft werken terwijl je met een gereedschap bezig bent, behalve tijdens een streek.
- Dubbelklik op een tafel zet hem in de vorm-modus: je krijgt een greep op elk hoekpunt.
- Dubbelklik op een zijde splitst hem daar, dubbelklik op een hoekpunt haalt het weg.
- Ctrl ingedrukt op de pijl van een zijde trekt die zijde uit in plaats van hem te verschuiven. Zo maak je een uitbouw aan een perron of een zijarm aan een kanaal.
- Shift tijdens het tekenen van een lijn maakt van dat punt een scherpe hoek in plaats van een vloeiende bocht.
- Dubbelklik of Enter sluit een lijn die je aan het tekenen bent af.
- Shift bij het klikken op rails selecteert het hele pad tussen het vorige stuk en dit stuk; dubbelklik op rails selecteert alles wat eraan vastzit.
- Slepen vanuit de raillijst legt een railstuk neer op de plek waar je loslaat, op het terrein. Daarna is een bolletje van dat stuk geselecteerd en is het in de lijst aangeklikt, zodat je met Space of een dubbelklik meteen hetzelfde stuk eraan vast legt.
Wat de rechtermuisknop niet doet
Er is geen contextmenu. Alles wat je met een geselecteerd object kunt doen staat op het contexttabblad in het lint, dat verschijnt zodra je iets selecteert.