Normen
Modelspoor werkt alleen omdat iedereen zich aan dezelfde maten houdt. Twee organisaties schrijven die op: MOROP met de NEM voor Europa, en de NMRA met haar Standards en Recommended Practices voor Noord-Amerika. TRAX rekent met die maten, en op deze pagina staat welke.
De normen zelf publiceren MOROP en de NMRA gratis op hun eigen site. We verwijzen ernaar en nemen ze niet over: de teksten zijn van hen, de getallen die eruit volgen gebruiken we gewoon, want een maat is een feit.
Waar je ze vindt
Welke maten TRAX gebruikt
- Het profiel van vrije ruimte komt uit NEM 102 en NMRA S-7. TRAX rekent met ongeveer 4,8 meter in het echt, wat in H0 neerkomt op 55 millimeter. Dat bepaalt hoe hoog de grond boven een tunnel komt te liggen en hoeveel ruimte er onder een brug overblijft.
- De perronafstand is 1650 millimeter in het echt vanaf het spoorhart, volgens NEM en UIC. Een perron dat je langs een spoor tekent komt daar vanzelf op te staan.
- De schaal bepaalt alles wat een echte maat heeft. TRAX kent T 1:480, Z 1:220, N 1:160, TT 1:120, H0 1:87, OO 1:76, S 1:64, O 1:48, I 1:32 en G 1:22,5.
- De spoorwijdte staat per bibliotheek, want die hoort bij het railsysteem en niet bij de schaal. H0 op 16,5 millimeter is normaalspoor; H0m en H0e zijn dezelfde schaal op smaller spoor.
- Minimale bogen staan in NEM 111. TRAX dwingt ze niet af: welke boog kan hangt af van wat er rijdt, en dat weet je zelf beter.
Wat TRAX niet uit een norm haalt
De reikwijdte van een arm is geen norm maar een vuistregel, en wel een die elke baan vormgeeft: ongeveer 600 millimeter als je er alleen vanaf één kant bij kunt en 1200 als je eromheen kunt lopen. TRAX rekent het uit en zegt het, maar houdt je niet tegen.
Hetzelfde geldt voor hellingen. Een weg leggen we af op 12 procent omdat een steilere weg er niet uitziet, maar wat je spoor aankan hangt af van je locomotieven.