en nl de
Inloggen Aan de slag
Naslag

Schalen en spoorwijdtes

De schaal zegt hoeveel keer kleiner het model is dan het echte spoor. De spoorwijdte zegt hoe ver de rails uit elkaar liggen. Die twee horen bij elkaar maar zijn niet hetzelfde: op dezelfde schaal bestaan smalspoorvarianten met een kleinere spoorwijdte.

TRAX gebruikt de schaal om alles wat een echte maat heeft op maat te zetten: bomen, gebouwen, perrons, het maatmannetje en het profiel van vrije ruimte. De spoorwijdte staat per railbibliotheek, want die hoort bij het railsysteem.

De schalen die TRAX kent

Dit zijn de iconen die je in de editor terugziet, in de schaalkeuze op de projecttab en bij de railbibliotheken.

  • T 1:480. De kleinste die er is, met 3 mm spoor.
  • Z 1:220, 6,5 mm spoor.
  • N 1:160, 9 mm spoor. In Japan 1:150 en in Groot-Brittannië 1:148, alle drie op dezelfde 9 mm.
  • TT 1:120, 12 mm spoor.
  • H0 1:87, 16,5 mm spoor. De meest gebruikte schaal in Europa.
  • OO 1:76, ook op 16,5 mm spoor. Britse schaal; het model is groter dan H0 maar het spoor is even breed, wat historisch zo gegroeid is.
  • S 1:64, 22,4 mm spoor.
  • O 1:48 in Noord-Amerika en 1:45 in Europa, rond 32 mm spoor.
  • I 1:32, 45 mm spoor. Ook wel spoor 1.
  • G 1:22,5, eveneens 45 mm spoor. Tuinspoor.

Smalspoor

Achter een schaal staat soms een letter. Die zegt dat het model op de schaal van die letter staat maar op smaller spoor rijdt, precies zoals in het echt. Het model blijft even groot; alleen de rails komen dichter bij elkaar.

  • m is meterspoor, duizend millimeter. H0m is 1:87 op 12 mm spoor.
  • e is smalspoor rond 750 tot 800 mm. H0e is 1:87 op 9 mm spoor.
  • f is veldspoor, nog smaller. H0f is 1:87 op 6,5 mm spoor.
  • n3 is drie voet, 914 mm, de Amerikaanse tegenhanger. H0n3 is 1:87 op 10,5 mm spoor.

Hetzelfde spoor, een andere naam

Waar Europa een letter achter de schaal zet, rekenen de Amerikanen in voeten en hebben de Britten hun eigen namen. Het gaat om precies hetzelfde: een model op de ene schaal, rijdend op smaller spoor. Kom je een van deze namen tegen in een catalogus, dan weet je nu waar hij hoort.

  • 12 mm onder H0 heet in Europa H0m. Amerikanen schrijven H0n3½: drie en een halve voet, oftewel 1067 mm, het kaapspoor van Zuid-Afrika, Japan en Nieuw-Zeeland.
  • 9 mm onder H0 is het Europese H0e. In Amerika heet dat H0n30 of H0n2½, naar dertig duim, 762 mm.
  • 9 mm onder OO is het Britse OO9, ook geschreven als 009: 1:76 op negen millimeter, voor spoor van twee voet.
  • 10,5 mm onder H0 is H0n3, de Amerikaanse smalspoorklassieker uit Colorado.
  • 16,5 mm onder 0 is On30: een model op 1:48 dat op gewoon H0-spoor rijdt. Het Europese 0e komt op hetzelfde neer.
  • 6,5 mm onder N is Nn3: N-modellen op Z-spoor.

En andersom draagt één spoorwijdte vaak meer dan één schaal. Op 16,5 mm rijden H0, OO en On30; op 45 mm rijden I en G; op 9 mm rijden N, H0e en OO9. Een railbibliotheek hoort daarom altijd bij een schaal én een spoorwijdte, nooit bij een van de twee.

Wat de schaal in TRAX doet

De schaal van je project staat op de projecttab. Zolang je hem op automatisch laat, neemt TRAX de schaal van de eerste railbibliotheek die je gebruikt. Zet je hem zelf, dan geldt jouw keuze voor alles wat een werkelijke maat heeft: een boom van twintig meter, een perron van 550 millimeter hoog, het maatmannetje van 1,75 meter en de vrije ruimte waar de trein doorheen moet.

Op de pagina De railbibliotheken staat per bibliotheek welke schaal en spoorwijdte erbij hoort.