Op het juiste spoor
Rails is waar het om draait in een modelspoorplanner, dus daar gaan we. Dit hoofdstuk gaat over alles wat TRAX biedt om rails te leggen.
We beginnen met een quick start. Wil je meteen aan de gang, dan helpt die je in een paar stappen op weg.
Daarna komen de basisfuncties: starten, toevoegen, selecteren, verplaatsen, aansluiten en verwijderen. Het loont om die onder de knie te krijgen; met die handvol handelingen bouw je het grootste deel van elke baan.
In de contexttabs zie je waar de knoppen staan die bij je selectie horen — welke tab je krijgt hangt af van wat je hebt aangeklikt.
Flexrails zijn de stukken die je zelf vormgeeft. TRAX geeft je daar volledige vrijheid in en heeft er drie manieren voor.
Daarna gaat het over hoogtes en hellingen: hoe je je baan laat stijgen en dalen, en hoe je een heel emplacement in één keer meeneemt.
En tot slot gevorderd railplannen: parallel spoor, kleuren uit de legenda, tunnels en bruggen, en het slot.
3.1 Quick start
Om je op weg te helpen: volg deze stappen en je hebt binnen een paar minuten je eerste stuk baan.
1. Kies een bibliotheek
Open de railslade in het zijpaneel (het pictogram
). Bovenaan staat de bibliotheek die je nu gebruikt, met daarnaast
. Klik daarop en kies het merk en de schaal waarmee je wilt bouwen.
De lijst vult zich met de railstukken van dat merk.
2. Maak een tafel
Ga naar de tab Kamer en klik op
Tafel tekenen. Je krijgt een tafel van 1200 bij 600 millimeter. Dat is een plank waar je bij kunt: dieper dan een armlengte werkt in het echt niet.
Je kunt ook eerst rails leggen en TRAX er later een tafel omheen laten maken — zie Tafels maken.
3. Leg je eerste railstuk
Sleep een railstuk uit de lijst naar de tafel en laat het los. Het stuk komt op de grond te liggen, precies waar je losliet.
Aan beide uiteinden zie je nu een bolletje. Eén ervan is rood, dat is het geselecteerde uiteinde: daar komt het volgende stuk aan.
4. Voeg een stuk toe
Dubbelklik op het rode bolletje. Er wordt een nieuw railstuk aangesloten — het stuk dat op dat moment in de lijst geselecteerd staat.
Dubbelklikken op een regel in de lijst doet hetzelfde, en dan bepaal je meteen welk stuk het wordt.
Herhaal dat een paar keer en je hebt een sectie.
5. Maak een tweede sectie en sluit ze aan
Sleep nog een railstuk naar een andere plek op de tafel en bouw daar een tweede sectie.
Pak nu een bolletje van de tweede sectie en sleep het naar een bolletje van de eerste. Laat los: de twee secties zitten aan elkaar, en de tweede is netjes in de goede richting gedraaid.
6. Sla op
Ga naar de tab Project en klik
Opslaan in de cloud. TRAX maakt meteen een foto van je baan; die zie je terug op Mijn projecten.
Dat is de kern. In de basisfuncties staat de rest.
3.2 De basisfuncties
Met deze handelingen bouw je het grootste deel van elke baan.
Een nieuwe sectie beginnen
- Sleep een railstuk uit de lijst naar het werkveld. Boven een tafel rijdt het stuk over het terrein mee, dus je ziet meteen waar het komt te liggen.
- Of dubbelklik naast de tafels op een lege plek in het werkveld. Het stuk dat in de lijst geselecteerd staat, wordt daar neergelegd.
Op een tafel werkt dubbelklikken niet om een sectie te beginnen: daar opent een dubbelklik de vorm van de tafel. Slepen is op een tafel dus de manier.
Een railstuk toevoegen
Er zijn drie manieren:
- Dubbelklik een bolletje. Er wordt een nieuw stuk aan dat uiteinde gezet — het stuk dat in de lijst geselecteerd staat.
- Dubbelklik een regel in de lijst. Dat stuk wordt aan het geselecteerde uiteinde gezet, het uiteinde met het rode bolletje.
- Sleep een stuk uit de lijst en laat het op een bolletje los.
Selecteren
- Eén stuk: klik erop.
- Meerdere stukken: houd Ctrl ingedrukt terwijl je klikt.
- Een hele sectie: dubbelklik op een railstuk. Alles wat er direct of indirect aan vastzit wordt geselecteerd.
- Een uiteinde: klik op het bolletje. Het wordt rood; daar komt het volgende stuk aan.
- Een gebied: klik
op de projecttab en trek een kader om de stukken die je wilt hebben.
Wat je ook selecteert, rechts in het lint verschijnt een tab met de knoppen die erbij horen. Zie De contexttabs.
Verplaatsen
Sleep een bolletje aan het uiteinde van de sectie. Alles wat eraan vastzit gaat mee.
Staat de sectie op slot (
op de itemtab), dan blijft het bolletje staan waar het stond. Zet het slot uit om hem weer los te maken.
Twee secties aansluiten
Sleep een bolletje van de ene sectie naar een bolletje van de andere en laat los. De secties worden aan elkaar gezet en de sectie die je sleepte wordt in de goede richting gedraaid.
Draaien
Een wissel of kruising kun je omdraaien zodat hij op een andere manier aansluit. Selecteer het stuk, klik het bolletje aan waarmee je wilt aansluiten, en klik dan
Aansluiting draaien op de itemtab.
Wil je een selectie over een hoek draaien, gebruik dan het invulveld in de groep Draaien op de itemtab, of zet de draaigizmo aan met
op de beeldtab.
De richting van bogen
Op de railstab staat de knop Richting. Die bepaalt naar welke kant een nieuwe boog buigt. Klik hem om te wisselen voordat je de boog invoegt.
Verwijderen
Selecteer wat weg moet en druk op Delete, of klik
op de projecttab.
Ongedaan maken
en
op de projecttab, of Ctrl + Z en Ctrl + Y. Elke handeling is één stap: een hele penseelstreek over het terrein, een hele sleep, het invullen van een heel landschap.
Kopiëren en plakken
kopiëren,
knippen,
plakken. Op dit moment reist alleen rails mee via het klembord; bomen, gebouwen en wegen nog niet.
Escape
Esc is de universele stopknop. Hij zet het gereedschap dat aan staat uit, stopt een lijn die je aan het tekenen bent, sluit een vormbewerking af en laat de selectie los. Weet je even niet meer waar je in zit: Escape.
3.3 De contexttabs
Zodra je iets selecteert, komt er rechts in het lint een tab bij. Wat erop staat hangt af van wat je hebt aangeklikt, en de naam van de tab vertelt je wat dat is: Recht stuk, Boog, Wissel, Tafel, Water, Perron, Object.
Het zijn er zeven, en ze hebben allemaal dezelfde opbouw: links informatie over wat je hebt geselecteerd, daarnaast de knoppen die je erop kunt loslaten, en rechts een prullenbak als het ding verwijderd kan worden.
De itemtab: rails
De tab voor een railstuk of een selectie railstukken.
- Info laat zien wat je hebt: het artikelnummer, de lengte, de straal en de hoek. Bij een selectie het aantal stukken en de totale lengte.
Aansluiting draaien draait een wissel of kruising zodat hij anders aansluit. Klik eerst het bolletje aan waarmee je wilt aansluiten.
Hoogte is het invulveld waarmee je de hoogte van de selectie zet, met de knop ernaast om de hoogte van de grond eronder over te nemen. Zie Hoogtes en hellingen.
Slot heeft er twee: het eerste zet de hele sectie vast zodat er niets meer aan beweegt, het tweede zet de hoogte vast ten opzichte van de buren, zodat een emplacement als geheel omhoog en omlaag gaat.
Soort rails: op de grond of in een tunnel.
Of op een brug. Daar houdt TRAX rekening mee als hij het terrein invult.- Draaien is het invulveld voor de hoek.
- Legenda geeft de selectie een kleur. Zie Gevorderd railplannen.
- Parallel legt een tweede spoor naast het spoor dat je hebt geselecteerd.
De tafeltab

Verplaatsen: de verplaatsgizmo en de draaigizmo.
Vorm: de tafel verplaatsen, of de vorm ervan bewerken.
Rails erop zetten wijst alle rails boven deze tafel aan de tafel toe.
Terrein op slot, zodat het automatisch invullen deze tafel met rust laat.
Zie Maak ruimte.
De lijntab: wegen, hekken, hagen en muren
Breedte, hoogte, de afstand tussen de palen van een hek, de middenstreep van een weg,
een keermuur, de dichtheid en het snoeiwerk van een haag, de textuur, en
de vorm bewerken. Zie Wegen, hekken, hagen en muren.
De watertab
Soort water, peil, diepte, breedte, stroming, golfslag,
muren langs de oevers en de oeverbescherming. Zie Water.
De perrontab
De textuur van het dek, de rand, de hoogte boven de rails,
een zijde als helling, en de vorm. Zie Perrons.
De objecttab
Voor een boom, een gebouw, een steen of een vlek:

Verplaatsen en draaien.
Schalen.- Of de exacte schaal, hoogte, richting en helling als getal.
De CAD-tab
Die hoort niet bij een selectie maar bij de weergave: kies je CAD, dan komt hij erbij. Zie De tekening.
3.4 Flexrails
Bijna elk merk heeft flexrails: een stuk dat je zelf buigt. In TRAX gebruik je ze op drie manieren.
1. Een boog op maat
Op de railstab staat Boog invoegen. Vul eerst de straal en de hoek in, klik dan de knop. Je kunt hem meerdere keren achter elkaar klikken om meer bogen te maken.
Met
ernaast bepaal je naar welke kant hij buigt.
Dit is de manier om een boog te krijgen die geen enkel merk levert — een boog van 743 millimeter over 27 graden, omdat dat nu eenmaal is wat er past.
2. Een recht stuk op maat
Recht stuk doet hetzelfde voor een rechte: vul de lengte in en klik.
3. Vrij vormgeven
Leg een flexrailstuk neer zoals je elk ander stuk neerlegt: sleep het uit de lijst of dubbelklik op een bolletje. Daarna geef je het met de muis vorm.
Sleep de bolletjes aan de uiteinden. De rails loopt netjes door tussen de twee einden.
Wil je de bocht zelf sturen, dubbelklik dan op het stuk. Er verschijnen twee extra handvatten, met vanaf elk uiteinde een rode lijn ernaartoe. Die lijn geeft de richting aan waarin de rails het uiteinde verlaat. Sleep de handvatten om de bocht te veranderen.
Zit een uiteinde vast aan een ander railstuk, dan ligt de richting daar vast — de rails moet immers netjes op de buurman aansluiten. Zit het uiteinde los, dan kun je de richting ook draaien.
Welk flexstuk
Op de railstab staat de keuzelijst Flexrails, met de flexstukken uit de bibliotheek die je nu gebruikt. Dat stuk wordt gebruikt als je een rechte of een boog op maat invoegt. Heeft de bibliotheek geen flexrails, dan zijn die knoppen uit.
En een vierde soort
Als TRAX parallel spoor voor je berekent, gebruikt hij flexrails overal waar geen bestaand railstuk precies past. Zulke automatisch ingevoegde flexrails hebben een vaste vorm die je niet zelf kunt aanpassen.
3.5 Hoogtes en hellingen
Een baan die alleen maar vlak is, is een baan zonder verhaal. In TRAX geef je rails hoogte op drie manieren.
Onthoud daarbij: hoogte 0 is de bovenkant van de rails, niet de bovenkant van je tafel. Alle hoogtes worden vanaf die lijn gemeten.
1. Een getal invullen
Selecteer een railstuk of een sectie. Op de itemtab staat het invulveld Hoogte. Typ er een waarde in of gebruik de pijltjes ernaast.
TRAX tilt niet alleen dat ene stuk op: de aangesloten rails loopt mee omhoog, en wel met de steilste helling die je hebt toegestaan. Zo ontstaat vanzelf een oplopend traject in plaats van een breuk in het spoor.
Die maximale hellingen staan in de instellingenlade van het zijpaneel, apart voor recht spoor, voor bogen en voor de rest. In het echt is twee procent al veel; drie procent is stevig klimmen.
2. De hoogte van de grond overnemen
Met deze knop op de itemtab neemt de geselecteerde rails de hoogte over van het terrein eronder. Heb je meer stukken geselecteerd, dan doet TRAX dat voor elk stuk apart, zodat de rails het landschap volgt.
3. Met de gizmo
Zet de verplaatsgizmo aan op de beeldtab. Klik op een bolletje: er verschijnen pijlen langs de assen. De verticale pijl is de hoogte. Sleep hem omhoog of omlaag.
De grond komt vanzelf mee
Dit is het grote verschil met vroeger: je hoeft de grond niet apart aan te passen. Til je een stuk spoor op, dan komt de grond eronder mee — als een dam. Laat je het zakken, dan graaft de grond zich in — als een insnijding. Verplaats je de rails, dan komt de oude grond terug zoals hij was.
Datzelfde geldt voor wegen, muren, perrons en gebouwen. Zie Het landschap.
Het hoogteslot
Op de itemtab zit een tweede slot: het hoogteslot. Een stuk met dat slot aan houdt zijn hoogte ten opzichte van zijn buren. Zet je de hoogte van de buurman, dan schuift het vergrendelde stuk mee over dezelfde afstand, en zijn vergrendelde buren daarachter ook.
Dat is precies wat je wilt bij een emplacement of een station: dat ligt waterpas en moet als geheel omhoog of omlaag, niet stuk voor stuk. De losse rails erbuiten volgt daarna weer met de gewone hellingregel.
Tunnels en bruggen
Loopt je spoor door een berg of over een dal, zeg dat er dan bij met
en
op de itemtab. TRAX houdt er rekening mee als hij het terrein invult: boven een tunnel komt genoeg berg te liggen om er een tunnel van te maken, en onder een brug wordt een dal uitgegraven in plaats van een dam opgeworpen. Een stuk op een brug krijgt bovendien een brede band langs de rails, zodat je het in één oogopslag ziet.
3.6 Gevorderd railplannen
Parallel spoor
TRAX kan een tweede spoor naast een bestaand spoor leggen.
- Selecteer een recht stuk, een boog of een flexstuk. Op de itemtab verschijnt de groep Parallel.
- Klik
. Er wordt een parallelle sectie berekend en in het rood getoond. - Zet de afstand goed, en met
kies je aan welke kant het komt. - Klik
om hem echt in te voegen, of
om het te laten.
Waar geen bestaand railstuk precies past, gebruikt TRAX een flexstuk.
Voor de afstand tussen twee sporen bestaan normen: NEM 112 in Europa, NMRA S-8 in Noord-Amerika. In H0 kom je meestal rond de 46 millimeter uit voor recht spoor, meer in een boog.
De legenda
In TRAX kun je rails een kleur geven om te laten zien waar hij voor dient: een rangeerterrein, een goederenroute, het deel dat je al gebouwd hebt.
- Selecteer de rails en kies een kleur uit de lijst Legenda op de itemtab.
voegt een kleur toe. Klik het gekleurde vlak aan, kies je kleur, geef hem een naam en bevestig.
bewerkt de kleur die geselecteerd staat.
De legenda hoort bij je baan en wordt meebewaard.
Het slot
Op de itemtab zet het slot een hele sectie vast. Elk stuk dat aan het geselecteerde stuk vastzit gaat op slot, en dan kan er niets meer aan bewegen: de bolletjes blijven staan, de gizmo pakt hem niet, en draaien lukt niet. Klik nog eens en de hele sectie is weer los.
Dat is bedoeld voor het deel van je baan dat af is. Hoogtes vallen er niet onder — daar is het hoogteslot voor.
Wat TRAX voor je bewaakt
TRAX kent de normen van NEM (MOROP) en NMRA en gebruikt ze zelf:
- Boven een tunnel legt hij minstens twee keer het profiel van vrije ruimte aan berg neer, plus een tunnelwand. Onder een brug houdt hij minstens één profiel vrij.
- Planten en objecten die je spuit, blijven uit het profiel van vrije ruimte. Een boom groeit niet tussen de rails.
- Perrons komen op de afstand van de spoorstaven die de norm voorschrijft: 1650 millimeter uit het spoorhart.
Een scherm dat je waarschuwt bij te krappe bogen en te steile hellingen komt eraan; het rekenwerk zit er al in.
De NMRA-normen zijn in het Engels te vinden op nmra.org. De NEM-normen staan in het Duits, Frans en Nederlands op morop.eu.